opnieuw: het belang van zorgvuldige controle van lithium

Nog niet zo lang geleden heb ik zelf een artikel gepubliceerd over de nare gevolgen van onzorgvuldig lithium gebruik. Ik heb daar eerder een bericht over geschreven: (http://www.deltamania.nl/lithium-alleen-verantwoord-met-zorgvuldige-controle/).

nierenZonet is een interessant artikel gepubliceerd. Uit een analyse van honderden patiënten die meer dan 10 jaar lithium gebruikten, bleek dat de werking van de nieren duidelijk achteruit gaat als de lithiumspiegel een keer boven 1.0 mmol/l komt.

Dit zijn natuurlijk gemiddelden. Niet altijd is een waarde boven 1,0 direct schadelijk. Toch pleit dit opnieuw voor zorgvuldige controles bij lithium gebruik. De lithium spiegel en ook bijvoorbeeld de nierfunctie moet regelmatig worden gecontroleerd.
(bron: Kirkham et al., BMJ Open, nov. 2104)

nieuw alternatief voor lithium?

Lithium is nog altijd het medicijn van eerste keus bij de bipolaire stoornis. Lithium heeft ook een aantal risico’s en bijwerkingen. Het zou mooi zijn als een medicijn wordt ontwikkeld dat hetzelfde effect heeft, maar zonder de nadelen. Daarvoor is het belangrijk te weten hoe lithium nu precies werkt. Dat is echter nog altijd niet geheel duidelijk. Misschien grijpt lithium aan op de stof inositol en is dat belangrijk voor de werking. lab

Er bestaat een groot bestand met medicijnen waarvoor nog geen aandoening is gevonden. Dit zijn middelen die een duidelijk effect hebben op bepaalde mechanismen, maar het is nog niet duidelijk voor welke ziekte dit kan helpen.

Ebselen is zo’n middel. Dit heeft vooral een beschermende werking, zo lijkt het, tegen (oxidatieve) schade aan bijvoorbeeld zenuwcellen. Dit gebeurt via een invloed op enzymen, genen, anti-oxidantie en immuunreacties. Het heeft dus waarschijnlijk een heel brede werking en het wordt dan ook onderzocht bij hartziekten, arthritis, herseninfarcten en bijvoorbeeld kanker. Door de brede werking heeft het waarschijnlijk ook risico’s.muis2

Ebselen is nu heel voorzichtig onderzocht als alternatief voor lithium, omdat het ook een invloed heeft op inositol. Bij muizen had Ebselen een zelfde effect als lithium. Werd aan die muizen inositol gegeven, dan werd dat effect teniet gedaan.

Een interessante ontwikkeling! Maar let op: het is dus alleen nog maar aan enkele muizen gegeven. Nog ver van gebruik bij mensen dus. Bovendien is maar de vraag of dit medicijn geheel zonder bijwerkingen zal zijn. Dat lijkt mij nogal sterk.
(bron: Singh et al., Nat Comm 2013;4:1332)

Hoeveel slaap is genoeg?

Al vele malen heb ik benadrukt dat een goede nachtrust, een vast ritme, van groot belang is voor de bipolaire patient. Zie ook: http://www.deltamania.nl/7-tips-voor-een-betere-slaap/ en bijvoorbeeld: http://www.deltamania.nl/slaap-een-belangrijk-fenomeen-voor-de-bipolaire-patient/.

Maar hoeveel slaap heeft een mens nodig?
Dit hangt met verschillende factoren samen, maar leeftijd is de belangrijkste. Grofweg heeft een schoolgaand kind 9 tot 11 uur nodig en een volwassene 7 tot 8 uur. Andere factoren die hiermee samenhangen zijn: zwangerschap (zeker in het begin heb je meer slaap nodig), eerder slaaptekort (na meerdere nachten slecht slapen, heb je meer slaap nodig) en de slaapkwaliteit (word je bijvoorbeeld vaak onderbroken in de slaap).

Sommige mensen zeggen dat ze zich fit voelen na maar enkele uurtjes slaap. Uit onderzoek blijkt echter dat mensen die altijd zo weinig slapen toch minder goed functioneren bij complexe taken.

Woman Sleeping

asenapine voor de oudere bipolaire patient

In deze tijden van vergrijzing zien we ook steeds meer ouderen met een bipolaire stoornis. Helaas is maar weinig onderzoek gedaan naar deze specifieke groep patiënten.

Onlangs is een heel kleine studie naar het middel ‘asenapine’ gepubliceerd. Een gering aantal bipolaire patiënten, ouder dan 60 jaar, die eerder maar matig reageerden op andere medicijnen, kregen dit middel. Gekeken werd of dit medicijn goed werd verdragen en of het in het algemeen iets beter ging na gebruik van asenapine.

Een groep van 15 personen met een gemiddelde leeftijd van 69 jaar deed mee. oudVier patiënten haakten eerder af. De bijwerkingen vielen erg mee (vooral maag-darmklachten). Het merendeel voelde zich in het algemeen iets beter en scoorden ook beter op een manie en op een depressie meetschaal. Al met al een bemoedigend resultaat.

Asenapine is een nieuw anti-psychose medicijn, dat in Nederland nog niet op de markt is. Dit is natuurlijk maar een heel globaal, verkennend onderzoek en zegt maar weinig over de uiteindelijke bruikbaarheid. Het is in ieder geval al te prijzen dat nu eens specifiek naar de ouderen met een bipolaire stoornis is gekeken. Dat is dringend gewenst.

We blijven nieuwe ontwikkelingen natuurlijk in de gaten houden!
(bron: Sajatovic et al., Int J Geriatr Psych, 2014)oudnieuw

beroemdheden met een bipolaire stoornis: Sinead O’Connor?

In 1990 stond opeens een tot dan onbekende zangeres wekenlang op nummer 1 in de hitparade. Sinéad O’Connor brak door met het nummer ‘Nothing Compares to You’, geschreven door Prince. Behalve dat het een prachtig nummer was, op indrukwekkende wijze gezongen, viel de zangeres ook op vanwege haar kaalgeschoren hoofd en het langzaam naar beneden glijden van een traan over haar wang in de videoclip.

sineadIn de jaren daarna had zij nog enkele hits, waaronder ‘Troy’, maar steeds meer kwam zij in de publiciteit om geheel andere redenen. Zij deed allerlei controversiele uitspraken, verscheurde tijdens een concert een foto van de Paus en zij werd tot priester gewijd. Langzamerhand ging het er op lijken dat zij een psychiatrisch probleem had.

In 2007 vertelde zij zelf in de show van Oprah Winfrey dat artsen 4 jaar daarvoor de diagnose bipolaire stoornis bij haar hadden gesteld. Zij gebruikte verschillende medicijnen om wat stabieler te worden.

Nog maar kort geleden heeft zij echter in een interview met Ruby Wax verklaard dat zij onterecht voor ‘bipolair’ is versleten. Zij vindt dat zij jarenlang medicijnen geslikt heeft, die op geen enkele manier hebben geholpen tegen vooral haar depressieve klachten en tot overmaat van ramp is zij van die medicijnen ook nog flink aangekomen. Haar psychische klachten verklaart zij nu geheel door haar traumatisch verlopen jeugd, waarin zij verwaarloosd en mishandeld is door haar ouders en in kostscholen onder leiding van strenge nonnen is opgegroeid.

Ik ken Sinéad O’Connor natuurlijk niet. Ik kan dus weinig zinnigs zeggen over haar diagnose. Het illustreert wel weer hoe moeilijk het soms is de juiste diagnose te stellen. Eerder heb ik al geschreven over de overlap met verschillende andere aandoeningen (http://www.deltamania.nl/bipolaire-stoornis-en-overlap-met-andere-aandoeningen/).  Ik kan mij voorstellen dat zij weliswaar de ene periode somber is en dan weer impulsief en wispelturig, maar dat deze stemmingswisselingen inderdaad niet met een bipolaire stoornis te maken hebben.sinead2

 

vitamine D en (bipolaire) depressie

Vitamine D is de laatste tijd in verband gebracht met depressie. Heeft het nu zin om vitamine D te slikken?

Vitamine D wordt in de huid aangemaakt als er zonlicht op valt. Ook zit vitamine D in bijvoorbeeld vette vis en zuivel. Vitamine D is vooral belangrijk om sterke botten te houden. Waarschijnlijk speelt het ook een rol bij het functioneren van de hersenen.

Als je een tekort aan vitamine D hebt, kan bijvoorbeeld botontkalking ontstaan. Nog niet zo lang geleden zijn enkele onderzoeken gedaan, waaruit blijkt dat mensen met een depressie vaak een vitamine D-tekort hebben.

Dit speelt vooral bij ouderen. Op latere leeftijd is het moeilijker om in de huid vitamine D aan te maken en ook wordt minder opgenomen in de darmen. Als je dan ook nog niet zo vaak buiten komt, is het risico op een tekort groter. Bij een grote groep ouderen is gevonden dat mensen met een depressie een gemiddeld lager vitamine-D gehalte hadden dan mensen zonder depressie.
Niet geheel duidelijk is of dit  vaak een oorzaak is van depressieve klachten. Het is ook mogelijk dat mensen met een depressie bijvoorbeeld minder vaak buiten komen en daardoor een tekort aan vitamine D oplopen.

Hoe zit dat bij de bipolaire stoornis? Waarschijnlijk niet heel anders dan bij de ‘gewone’ depressie. Heel onlangs is een klein onderzoek gedaan, waaruit bleek dat kinderen en jongeren met een manie ook lagere vitamine D-gehalten hadden. Sterker nog, vitamine D tabletten verminderden de manische symptomen weer.

Hoe dit nu precies werkt, is niet duidelijk. Toch lijkt het best zinvol – zeker bij ouderen - om af en toe vitamine D in het bloed te bepalen. Bij een tekort kan dit vrij  gemakkelijk aangevuld worden.

Het kan waarschijnlijk ook niet veel kwaad om het preventief te slikken, maar wanneer je gewoon gezond eet en af en toe buitenkomt, zou je voldoende vitamine D moeten aanmaken. Meestal wordt bij volwassenen een dosis van 10 microgram per dag aanbevolen.

 

bronnen: http://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/vitamine-d.aspx, http://bipolarnews.org/?p=1589, Stalpers-Konijnenburg et al., Tijdschrift voor Psychiatrie 53 (2011) en Hoogendijk et al., Arch Gen Psych, 2008.

 

zelfmanagement

Met medicijnen kan de stemming vaak verbeteren. Ook kan terugval naar een manie of depressie voorkomen worden met bepaalde medicijnen.zelfmanagement

Naast het gebruik van medicijnen zijn er nog verschillende hulpmiddelen om de kans op een terugval danig te verkleinen. Met deze hulpmiddelen gaat de patient zelf aan de slag. De verschillende methoden tesamen noemen we ‘zelfmanagement’.

Bij de bipolaire stoornis is dit bijvoorbeeld het vergroten van kennis. Her en der in het land worden zogenaamde psychoeducatie-cursussen georganiseerd. In een aantal sessies leer je daar erg veel over de aandoening en wat je eraan kan doen.
Ook het opstellen van een life-chart is een vorm van zelfmanagement. Hiermee houd je enige tijd bij hoe je stemming verloopt en welke factoren van invloed zijn op je stemming. Een ander veelgebruikt instrument is het signaleringsplan. Hiermee breng je zorgvuldig in kaart in welke omstandigheden het risico op een terugval het grootst is, wat de eerste signalen zijn dat je manisch of depressief dreigt te worden en wat je dan kan doen.

minder zenuwcel-uitstulpinkjes bij bipolaire stoornis; overlap met schizofrenie

Onderzoekers uit Boston hebben onderzoek gedaan naar kleine uitlopertjes van zenuwcellen in bepaalde hersengebieden. Zij  vergeleken hersenmateriaal dat door obductie was verkregen van 14 patienten met schizofrenie en van 9 patienten met een bipolaire stoornis met hersenen van 19 gezonde (maar wel overleden..) controles. dendrites

Zowel patienten met schizofrenie als patienten met een bipolaire stoornis hadden in de zogenaamde prefrontale cortex, een gebied aan de voorkant van de hersenen, minder uitstulpinkjes (dendritic spines) op kleine uitlopers van hersencellen. Ook waren deze uitstulpinkjes kleiner.

Dit is een aanwijzing dat er overlap is tussen schizofrenie en de bipolaire stoornis. Dat is al eerder op andere manieren ook gevonden.
Verder zijn deze uitstulpinkjes, dendritic spines genaamd, waarschijnlijk een soort opslagplaats. Zij helpen de electrische prikkeloverdracht tussen de hersencellen. Misschien zegt dit dus ook iets over de oorzaak van deze aandoeningen.

groot Nederlands onderzoek naar de erfelijkheid van de bipolaire stoornis

In Nederland is op dit moment een groot onderzoek gaande naar de erfelijkheid van de bipolaire stoornis. In een eerder bericht heb ik al wat informatie gegeven over erfelijkheid (zie: http://www.deltamania.nl/is-de-manisch-depressieve-stoornis-erfelijk/). Het is echter niet precies bekend welke genen betrokken zijn bij de bipolaire stoornis. Zijn er plaatsen op het DNA aan te wijzen die een rol spelen in de kwetsbaarheid voor manisch-depressiviteit? Deze vraag proberen we te beantwoorden met de ‘Bipolar Genetics Studie’.DNA_Double_Helix

Voor deze studie zoeken we een grote groep patiënten met een bipolaire stoornis (type I). Bij hen worden enkele vragenlijsten afgenomen en testjes gedaan om de aard van de bipolaire stoornis in kaart te brengen. Verder wordt bloed afgenomen waarmee het erfelijk materiaal (DNA) wordt onderzocht.

Inmiddels zijn al veel patiënten geworven voor dit onderzoek. Eerste resultaten worden zelfs al verwerkt. We hebben nog altijd echter meer patiënten nodig, zodat de bevindingen zo betrouwbaar mogelijk worden.

Het onderzoek is een enorm project waaraan nu in een aantal instituten wordt gewerkt: o.a. UMC Utrecht, Universiteit van Los Angeles in California (UCLA), Parnassia, GGZ InGeest, UMC Groningen, Altrecht, Reinier van Arkel, Delta Psychiatrisch Centrum en de VMDB (patiëntenvereniging). We zijn al een heel eind op weg, maar we hebben nog veel meer mensen nodig voor dit belangrijke onderzoek.

Heeft u belangstelling of wilt u meer weten over eventuele deelname? Op deze site is informatie te vinden: http://www.bipolargenetics.nl/qontex/online/default.asp?strPage=1.asp.
U kunt ook contact opnemen met de polikliniek voor bipolaire stoornissen van bovengenoemde instellingen.
Natuurlijk is ook altijd via het contactformulier van dit blog nadere informatie te verkrijgen.BiG-logo-100mm

bipolaire stoornis en voeding

Gezond eten is voor iedereen belangrijk en dus ook voor de bipolaire patiënt. Duidelijk dat een tekort aan vitaminen en andere voedingsstoffen niet goed is voor de psychische gesteldheid.
Van sommige voedingsmiddelen wordt gedacht dat het een gunstige invloed kan hebben op de stemming. Hier is maar weinig onderzoek naar gedaan. Het onderzoek dat is gedaan is vaak ook niet zo betrouwbaar. Het meest is geschreven over: omega-3-vetzuren (zie ook: www.deltamania.nl/visolie-voor-de-bipolaire-stoornis/), chromium, inositol, choline, magnesium, foliumzuur en tryptofaan. Sommige van deze voedingssupplementen kunnen gewoon bij de drogist worden gekocht. Ik zou echter aanraden om voor je zoiets koopt, eerst met je behandelaar te overleggen over eventuele risico’s. voeding